Hervorming personenbelasting: wat verandert er voor jou als ondernemer en je gezin?
07/09/2026 · Fiscaliteit

Op 29 juli 2026 werd de hervorming van de personenbelasting gepubliceerd. De bedoeling van de federale regering is duidelijk: werken aantrekkelijker maken, met een hoger nettoloon en een lagere belastingdruk op arbeidsinkomsten. Tegelijk worden verschillende fiscale voordelen aangepast of geleidelijk afgebouwd.
De hervorming is breed en raakt zowel werknemers en gezinnen als zelfstandigen en bedrijfsleiders. Hieronder zetten we enkele belangrijke wijzigingen op een rij en bekijken we vooral wat deze in de praktijk kunnen betekenen.
1. Hoger nettoloon voor werkenden
Een belangrijk uitgangspunt van de hervorming is dat werken meer moet lonen. Via verschillende maatregelen wordt de belastingdruk op arbeidsinkomsten stapsgewijs verlaagd.
De concrete impact zal echter verschillen naargelang de persoonlijke situatie. Denk daarbij onder meer aan het inkomen, de gezinssituatie en het statuut als werknemer, zelfstandige of bedrijfsleider.
2. Gezinnen: wijzigingen aan de belastingvrije som en gezinsvoordelen
Ook voor gezinnen wijzigen een aantal fiscale regels.
De toeslagen op de belastingvrije som voor het eerste en tweede kind worden verhoogd en gelijkgetrokken. Daarnaast wordt het huwelijksquotiënt geleidelijk afgebouwd.
Ook het bijkomende fiscale voordeel voor alleenstaande ouders wordt hervormd. De voorwaarden worden strenger, waardoor het voordeel uiteindelijk enkel nog bedoeld is voor ouders die daadwerkelijk alleenstaand zijn. Deze verstrenging treedt pas later in werking, vanaf inkomstenjaar 2029.
De uiteindelijke impact blijft dus sterk afhankelijk van de gezinssituatie en de verdeling van het inkomen binnen het gezin.
3. Gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden
De verhoging van de belastingvrije som wordt voor bepaalde groepen gedeeltelijk gecompenseerd door wijzigingen aan bestaande belastingverminderingen.
Voor pensioenen gaat het om een geleidelijke afbouw van bepaalde belastingverminderingen. Voor werkloosheidsuitkeringen wordt de betrokken belastingvermindering volledig opgeheven.
Ook hier is het belangrijk om niet naar één afzonderlijke maatregel te kijken, maar naar de totale impact op de personenbelasting.
4. Zelfstandigen: nieuwe ondernemersaftrek
Vanaf inkomstenjaar 2027, aanslagjaar 2028, wordt een nieuwe ondernemersaftrek ingevoerd voor zelfstandigen in hoofd- en bijberoep die als natuurlijke persoon winsten of baten behalen.
De aftrek bedraagt 10% van de in aanmerking komende winst of baten, maar is begrensd tot een maximumbedrag. Voor inkomstenjaar 2027 komt dit geïndexeerd neer op ongeveer € 650. Vanaf 2029 wordt dit maximum verder verhoogd tot ongeveer € 900 volgens de huidige indexering.
Het gaat dus niet om een onbeperkte vrijstelling van 10% van de volledige winst. Voor iemand met bijvoorbeeld € 50.000 winst betekent de regeling niet dat automatisch € 5.000 belastingvrij wordt.
De ondernemersaftrek is bovendien bedoeld voor zelfstandigen die hun activiteit als natuurlijke persoon uitoefenen. Ze geldt niet voor de winst van een vennootschap en evenmin voor de bezoldiging die een bedrijfsleider uit zijn vennootschap ontvangt.
5. Voorafbetalingen: belangrijke wijziging voor zelfstandigen
Voorafbetalingen zijn op zich geen wettelijke verplichting. Tot vandaag kon een zelfstandige die onvoldoende voorafbetaalde wel geconfronteerd worden met een belastingvermeerdering.
Vanaf aanslagjaar 2027 wordt die belastingvermeerdering afgeschaft voor belastingplichtigen met winsten of baten en voor de betrokken bezoldigingen van meewerkende echtgenoten. Voor zelfstandigen met winsten of baten verdwijnt hierdoor het fiscale nadeel dat verbonden was aan onvoldoende voorafbetalingen.
Voor bedrijfsleiders ligt dit anders. Voor hen blijft de regeling inzake onvoldoende voorafbetalingen bestaan. Het blijft voor een bedrijfsleider dus belangrijk om na te gaan of voldoende belasting wordt opgevangen via bedrijfsvoorheffing en eventuele voorafbetalingen.
Vrijwillige voorafbetalingen blijven uiteraard mogelijk. Daarnaast voorziet de hervorming ook in een bijkomende mogelijkheid om later in het jaar nog een voorafbetaling te verrichten.
Voor vennootschappen verandert de basisregel niet. Zij kunnen bij onvoldoende voorafbetalingen nog steeds geconfronteerd worden met een belastingvermeerdering. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt die volgens de huidige FOD-richtlijnen 6,75%.
6. Nieuwe de minimis-regeling voor het privévermogen
Er komt ook meer duidelijkheid voor kleinere verrichtingen binnen het normale beheer van het privévermogen.
Tot een bepaald jaarlijks bedrag wordt onweerlegbaar vermoed dat dergelijke verrichtingen behoren tot het normale beheer van het privévermogen. Voor inkomstenjaar 2026 ligt deze grens rond € 2.000.
De regeling is ruimer dan enkel occasionele verkopen via platformen zoals Vinted of 2dehands. Ze kan betrekking hebben op verrichtingen met onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende goederen, binnen de voorwaarden van de nieuwe regeling.
Voor veel particulieren zorgt dit vooral voor meer rechtszekerheid bij kleinere, occasionele verrichtingen.
7. Vennootschappen: aandacht voor voordelen alle aard
Ook voor vennootschappen en hun verloningsbeleid zijn er belangrijke wijzigingen.
Forfaitair geraamde voordelen alle aard, zoals bijvoorbeeld een bedrijfswagen of kosteloze huisvesting, worden voortaan beperkt in verhouding tot de totale bezoldiging.
Vanaf aanslagjaar 2027 geldt daarbij een grens van 20%. De gevolgen van een overschrijding verschillen naargelang het om werknemers dan wel bedrijfsleiders gaat.
Bij werknemers wordt de grens beoordeeld op het niveau van de onderneming. Wanneer de forfaitair geraamde voordelen alle aard meer dan 20% van de betrokken belastbare bezoldigingen bedragen, is de werkgever een afzonderlijke heffing van 7,5% verschuldigd op het overschrijdende gedeelte.
Bij bedrijfsleiders kan een overschrijding ertoe leiden dat de vennootschap niet langer in aanmerking komt voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting.
Voor ondernemingen die relatief veel met voordelen alle aard werken, wordt het dus belangrijk om de samenstelling van het loonpakket tijdig te bekijken.
8. Hogere minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders
Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van het verlaagde tarief van 20% op de eerste schijf van € 100.000 belastbare winst.
Een van de voorwaarden heeft betrekking op de bezoldiging van minstens één bedrijfsleider.
Voor aanslagjaar 2027 stijgt deze minimumbezoldiging van € 45.000 naar € 51.000. Ook deze voorwaarde moet samen worden bekeken met de nieuwe beperking rond voordelen alle aard.
Voor heel wat bedrijfsleiders is 2026 daarom een goed moment om de verhouding tussen loon, voordelen alle aard en andere verloningstechnieken opnieuw te evalueren.
Wat betekent dit voor jou?
De hervorming bevat heel wat maatregelen die op verschillende momenten in werking treden. Bovendien kan dezelfde maatregel een heel andere impact hebben bij een werknemer, zelfstandige, bedrijfsleider of gezin.
Het is daarom belangrijk om niet alleen naar de nieuwe regels afzonderlijk te kijken, maar naar het volledige fiscale plaatje.
Heb je vragen over de impact op jouw situatie, bijvoorbeeld rond je verloning als bedrijfsleider, voorafbetalingen, voordelen alle aard of gezinsfiscaliteit? Dan bekijken we dit graag samen en kunnen we waar nodig tijdig bijsturen.
Bronnen:
- Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 juli 2026.
- St. Kamer 2025-2026, DOC 56 1243.
- FOD Financiën, richtlijnen inzake voorafbetalingen voor aanslagjaar 2027.